Er ging een zucht door me heen toen ik hoorde dat het Kabinet valt en er weer nieuwe verkiezingen aan komen. Op dat moment verlangde ik ineens naar ons gemeentelijke systeem, waarin je maar één keer in de vier jaar naar de stembus hoeft. Die vier jaar zouden dan moeten zijn voor politici om hun werk te doen, een beetje als een plicht die je vervult. Maar helaas, zo werkt het hier niet. De Kamerverkiezingen komen eraan, en dat kort voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2026.
Het gevolg? De kans is groot dat de beste raadsfracties afgerekend worden door de slechtste Kamerfractie, en omgekeerd. In plaats van politici die hun werk als volksvertegenwoordiger serieus nemen, wordt politiek Den Haag een speelbal van kortetermijnbelangen, waar raadsleden in de gemeente vaak het slachtoffer van zijn. Het maakt hun werk er allesbehalve makkelijker op.
Lees verder
In mijn essay ‘Het lege midden’ wees ik op de snel groeiende bestuurslaag tussen gemeenten en provincies en de gevolgen daarvan voor de positie van de raad en voor de rol invulling door de raadsleden. ‘Middenbestuur in niemandsland’ noemde ik deze bestuurslaag. Verweesd gebied tussen gemeenten en provincies. Waar de doorzettingsmacht doorgaans een stuk beter functioneert dan de democratisch gelegitimeerde tegenkracht. Te vaak is het terra incognita voor raadsleden.

