Het systeem regeert, niet politici of ambtenaren.

Ik vind het boeiende tijden. Niet omdat alles nieuw is, maar omdat we beginnen te zien wat al die tijd voor onze ogen gebeurde: het systeem is ons de baas geworden. In de jeugdzorg, waar gezinnen verdwalen in een keten van honderden instanties. In de veiligheid, waar elk incident wordt beantwoord met de reflex: meer blauw op straat. In de toeslagenaffaire en de asielketen, waar mensen werden vermalen door regels die niemand nog kan uitleggen.
In de schaal van de samenleving. Die is zo complex gemaakt dat we vinden dat slechts grote (organisaties lees) gemeenten nog het hoofd kunnen bieden aan de vraagstukken. We leven in een tijd waarin het systeem zichzelf voedt, uitbreidt en beschermt en met incidentenpolitiek het algemeen belang steeds verder uit beeld raakt.

Maar dit is niet nieuw. We herhalen namelijk een oeroude menselijke reflex, vrijheid inruilen voor zekerheid. Vanuit de schoolbanken leerde ik van de politieke filosoof Thomas Hobbes dat mensen hun vrijheid over dragen aan een machtige staat, de Leviathan, omdat ze bang zijn voor chaos. Zekerheid voelt veiliger dan verantwoordelijkheid. Of ik begreep van Dostojewski die het psychologisch maakt en bijv. in De Grootinquisiteur zegt hij dat mensen geen vrijheid willen, maar brood, voorspelbaarheid en rust. Vrijheid is te zwaar, te ingewikkeld, te angstig.
En Orwell liet zien wat er gebeurt als die ruil te ver gaat: een systeem dat zekerheid belooft, gaat uiteindelijk de werkelijkheid bepalen. Zien we dat nu niet precies in onze bestuurslagen?

Neem Jeugdzorg. De jeugdzorgketen is een schoolvoorbeeld van systeemgroei. Gemeenten, wijkteams, CJG’s, GI’s, pleegzorgaanbieders, jeugd-ggz, Veilig Thuis, rechtbanken, scholen, zorgverzekeraars, een keten van honderden organisaties die allemaal een stukje van het kind zien, maar niemand het kind in het geheel. En wat doen we als het vastloopt? We zetten er meer jeugdcoaches op. En als dat niet genoeg is, meer gezinscoaches. En als dat nog niet genoeg is, nóg een laag coördinatie. Het systeem groeit. De mens krimpt. We ruilen vrijheid en verantwoordelijkheid in voor de zekerheid van nóg een interventie.

Of neem Veiligheid: Bij veiligheid zie je dezelfde logica. Incident? Meer handhaving. Overlast? Meer camera’s. Onrust? Meer toezicht. Het lijkt daadkrachtig, maar het is systeemdenken in zijn puurste vorm: het systeem kent maar één antwoord, opschalen; het systeem wordt groter, niet slimmer; het systeem reageert op symptomen, niet op oorzaken; het systeem beloont zichtbaarheid, niet effectiviteit. En ondertussen blijft de vraag ongesteld, “Wordt de samenleving veiliger, of alleen het systeem sterker?” Ook hier ruilen we vrijheid in voor zekerheid.
En we krijgen er vooral meer systeem voor terug.

En tekent zich een volgende vraag af namelijk; wat betekent AI? Is dat een versterker of doorbreker van systeemdenken? Volgens mij is AI geen neutrale technologie. Het versterkt wat het aantreft. Het zal systeemdenken versterken wanneer het wordt ingezet om nóg meer te monitoren; het gaat risicoprofielen reproduceren; het menselijke oordeelsvermogen vervangen; het beleidsjargon klakkeloos herhalen; controle vergroten in plaats van begrip. Dan wordt AI een Orwelliaanse turbo op het systeem.
AI kan helpen systeemdenken te doorbreken wanneer het helpt patronen zichtbaar te maken die mensen niet meer zien; of administratieve ballast wegneemt en misschien daardoor ruimte creëert voor menselijk contact? De vraag is: “Welk systeem voeden we met AI?” Wat te doen om AI geen systeemversterker te laten zijn, maar een hulp als systeemspiegel. Want het systeem gaat nooit vanzelf veranderen. Dat stopt nooit uit zichzelf met groeien. Het systeem zegt nooit “genoeg”. Maar mensen kunnen dat wel. En precies daar begint het handelingsrepertoire van onze tijd.

Wat kan een raadslid doen? De vraag stellen die niemand stelt; versterkt dit besluit het systeem, of het algemeen belang? De menselijke maat als toetssteen nemen, helpt dit een mens, een gezin, een wijk? En de systeemlogica doorbreken door steeds te vragen, maakt dit het eenvoudiger, menselijker, rechtvaardiger? Dat vraagt politieke moed, want het systeem beloont conformisme. Het algemeen belang vraagt tegenspraak.

Wat kan een ambtenaar doen? Professionele verantwoordelijkheid hernemen. Durven zeggen “Dit helpt het systeem, maar niet de samenleving.” Taal zuiveren van beleidsjargon dat denken verdooft. Ruimte creëren in plaats van regels stapelen. Soms is de beste interventie, we laten het los.

Tot slot. We leven in een tijdvak dat niet draait om links of rechts, maar om mens of systeem. Niet om ideologie, maar om verantwoordelijkheid. Niet om macht, maar om het algemeen belang. De opdracht is helder, voed het systeem niet langer, maar dien het algemeen belang. Eenvoudig is het niet. Maar het is wel de enige manier om zelf te regeren.