In gesprekken met (oud) collega’s komt steeds dezelfde vraag terug: heeft stemmen op de gemeenteraad eigenlijk nog zin?
Waarom zou je nog naar de stembus gaan als de raad steeds minder te zeggen heeft?
Die twijfel komt niet uit de lucht vallen. De autonome bevoegdheden van gemeenten krimpen al jaren. Het Rijk weigert helder op te schrijven welke taken nu precies medebewind zijn, ondanks herhaalde verzoeken van de Tweede Kamer en de Raad voor het Openbaar Bestuur. Hoogleraren als Elzinga wijzen al jaren op deze scheefgroei. En iedereen weet: zodra die lijst er ligt, wordt zichtbaar hoe scheef de financiering werkelijk is. Maar de gemeenteraad hoor je daar nauwelijks over.
Ondertussen verandert de gemeente steeds meer in een uitvoeringsloket van het Rijk, met de raad als democratisch decorstuk. De echte besluiten vallen buiten het zicht van de raad: in medebewind, in regio-overleggen, in deals tussen ministeries en bestuurders. In het laatste regeerakkoord komt het woord regio vaker voor dan gemeente. En de stortvloed aan specifieke uitkeringen (SPUK’s) maakt het nog erger: geldstromen met voorwaarden, controles en rapportages waar de raad nauwelijks invloed op heeft, maar wel eindeloos druk mee is.
De schaalvergroting van gemeenten helpt ook niet. Hoe groter de organisatie, hoe verder de afstand tot inwoners. Blijkbaar is de samenleving zo ingewikkeld dat alleen grote organisaties daar nog het hoofd aan kunnen bieden. Maar meer raadsleden lost dat niet op. Het echte probleem zit dieper: we durven niet voorbij de klassieke inrichting van de ambtelijke organisatie te denken en we hebben geen moderne verbinding tussen gemeenteraad en Tweede Kamer. De lijnen zijn verstopt of verbroken. We horen wel maar luisteren niet. De decentralisaties van 2015 en de Omgevingswet veronderstellen lokale democratie, maar in de praktijk lachen departementen om die gedachte.
Kijk naar de lokale campagnes: die gaat over lokale zorgen en landelijk trends dus veel sentiment, weinig bevoegdheden. Gemeenteraden gaan niet over stikstof, niet over de betaalbaarheid van woningen, niet over klimaatdoelen, niet over onderwijs. Als je niet oppast gaan zulke thema’s wel de posters en debatten domineren. Het gevolg: een raad die afgerekend wordt op zaken waar zij geen zeggenschap over heeft.
En toch moeten we stemmen
Juist nu. Niet omdat de raad overal over gaat — dat doet ze niet. Maar omdat lokale democratie alleen bestaat zolang wij haar blijven gebruiken.
We hebben de vrijheid om te stemmen. De vrijheid om partijen op te richten. De vrijheid om ons kandidaat te stellen. En ondanks bedreigingen en toenemende druk zijn er nog steeds mensen die zich verkiesbaar durven te maken. Zij vormen de schakel tussen inwoners en de staat — als ze die rol tenminste durven pakken.
Misschien is er op 18 maart 2026 nog maar één echt inhoudelijke reden om te stemmen: om de lokale democratie te behouden voordat ze leegloopt.
Zonder onze stem blijft er uiteindelijk niets over dan lege dozen.
