Declareren is een kunst.

Een burgemeester die het teveel gedeclareerde terug betaalt. Een wethouder die opstapt, naar aanleiding van declaraties. Een burgemeester die is ontslagen vanwege declaraties. Een beeld van de  steeds weer terug kerende misstappen. Waarom overkomt dat bestuurders?4-4

Het zoveelste declaratie-incident, ook deze zomer weer. Wat maakt dat het steeds weer uit de hand loopt. Wat is er zo moeilijk aan goed declareren? Dat wordt bepaald door de volgende punten.

1.  De aard van de gemeente. Ik ken gemeenten waarbij het adagium is ‘het is gemeenschapsgeld (en dat mag je bijna niet gebruiken)’ hetgeen maakt dat het deelnemen aan maatschappelijke- en werkactiviteiten zeer beperkt is. Ik ken gemeenten die vinden dat zij moeten groeien en dat daarbij past meer bijzondere vormen van relatiebeheer (exclusieve diners met ondernemers, golf/voetbal/buitenlandse dienstreizen etc.).Ik ken gemeenten die gezegend zijn met veel bijzondere instellingen, bedrijven, culturele instellingen wat maakt dat de representatieve functie van het bestuur groot is en de maatschappelijke verplichting om deel te nemen aan meer exclusieve uitingen groot is. 

2. De politieke- en/of bestuurscultuur van de gemeente. Dit zit vaak in het verlengde van het vorige punt. Sommige gemeenten(raden) kennen een hoge afreken cultuur. Sommigen een cultuur van suggestief handelen en wantrouwen. Bijna in de trant van ‘bestuurders en politici zijn fout tot dat het tegendeel is bewezen’. Bij andere gemeente(raden) is er sprake van een kritiekloos volgen. In sommige gemeenten leeft de cultuur van het ‘opvreters-adagium’ vaak in combinatie met lokale media die smult van ‘affaires’. En ik ken (veel) gemeenten waar ruimte wordt gegeven aan bestuurders om de representatieve taken eigenstandig in te vullen waarbij nut en noodzaak nadien duidelijk wordt gemaakt.

3. De declarant (de bestuurder). Die moet je tegen zichzelf in bescherming nemen. Eigenlijk gaan de meeste bestuurders goed om met representatiekosten. Maar sommige bestuurders hebben daar meer moeite mee, omdat zij een meer flamboyante levensstijl hebben. Omdat zij meer gevoelig zijn voor de effecten van ‘macht’. Macht erotiseert/corrumpeert.

4.De regels. Het gevaar van veel regels is dat het een soort schijnzekerheid oplevert. Er zijn allerlei reglementen en verordeningen vastgesteld. We kennen bijvoorbeeld de  onkostenvergoedingen/ambtstoelage voor met name burgemeesters, wethouders maar ook raadsleden. Die vergoeding/toelage is bijvoorbeeld bedoeld voor representatie, excursies, vakliteratuur, lidmaatschappen, contributies, bureaukosten, porti, zakelijke giften en ontvangsten. We kennen de mogelijkheid tot declareren van overige onkosten. Bijvoorbeeld zakelijke lunches diners, reiskosten, gebruik dienstauto’s en woon-werkverkeer, etc. En sinds 2002 kennen we voor de wethouders van buiten de raad is de pensionkostenregeling.

5. Het hebben van een vaste onkosten vergoedingen. Met die vergoeding heeft de bestuurder de persoonlijke verantwoordelijkheid voor de keuze valt het onder mijn persoonlijke vergoeding of niet. Het risico is dat die vergoeding vaak meer een loon component wordt dan een vergoeding voor gemaakte onkosten.

Wanneer we het over verkeerd declareren hebben en de voorvallen daarover bekijken dan zijn het vaak de ‘flamboyante bestuurders’ in combinatie met de bestuurscultuur  van de gemeente die de negatieve berichten bepalen. De declaraties die aantoonbaar in strijd zijn met de regels hoeven  geen discussie op te roepen. Dan is het gewoon fout. De enige vraag  is dan nog of er ruimte voor herstel is, of niet. Maar de discussies leren ook dat de regels een groot ‘grijs gebied’ toelaten. En dan hebben we het in feite niet meer over toepassen van formele regels, maar hebben we het over morele regels. En over het gegeven dat zeker bestuurders heel goed horen te weten dat er morele regels bestaan. Zoals ‘gij zult niet stele’.  Want zij streven in woord maar al te vaak een wereld na waarin niet alles gestolen wordt wat los en vast zit. En  juist als een  gekozen politicus of een benoemde bestuurder hoor je te beseffen dat bepaalde handelingen voor jouw dan immoreel kunnen zijn. Wie vindt het niet fijn om een cadeau te krijgen? Maar als je raadslid of wethouder of burgemeester bent kan het ontvangen van cadeaus heel snel tegen de norm blijken te zijn. Wanneer je in die functie werkt moet je je eigenlijk realiseren dat geen enkel gratis cadeau zonder bedoeling is. De ogenschijnlijke oplossing is dan het opstellen van regels. En dan hoor je vervolgens  wanneer er discussie is, ‘ik heb slechts de regels gevolgd’ of ‘de regels laten het toe’.  En ‘als ik een fout heb gemaakt betaal ik het wel terug’. Maar daarbij gaan functionarissen voorbij aan het gegeven dat wanneer iets wetstechnisch mogelijk is het niet vanzelfsprekend ethisch toelaatbaar is. Anders gezegd de plicht tot het blijven nadenken over de toepassing van regels moeten juist bestuurders en politici zich aanrekenen. Je kunt niet volstaan met de beste intenties, om de regels goed toe te passen. Neen van politici en bestuurders eisen we dat ze moreel goed zijn.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *