Decentralisatie gekte

Het is in gemeentelijk Nederland ‘transities sociaal domein’, wat de klok slaat.  Voor 1 januari. a.s. moeten de gemeenteraden in Nederland allerlei besluiten nemen. En niet te vergeten ‘plannen’ vaststellen. Een plan voor zorg, jeugd, participatie etc. Bij welke raad je ook komt het gaat over de grote klus die gedaan moet worden. Maar is die klus wel voor de raad op dit moment? Je merkt dat 7-1raadsleden onrustig worden en de maatschappelijke druk vrezen door het onrecht dat inwoners kan worden aangedaan. De media zullen helpen die druk te vergroten. Die vrees is terecht want er zullen dingen fout gaan vanaf 1 januari a.s.. Een overdracht van taken, gecombineerd met een forse financiële bezuiniging kan niet foutloos gaan.  Hoe ga je dan acteren als raadslid?

Dit proces vraagt moed van raadsleden. Namelijk niet mee te gaan in de uitvoering, maar focus te houden op de eigen rol en taak. Maar de omgeving heeft daar geen belang bij . Die wil de raad op een andere stoel plaatsen.  Je krijgt dan dat besprekingen op teleurstellingen uitlopen dan wel succesvol worden ervaren als de ingebrachte casuïstiek door raadsleden naar tevredenheid zijn besproken. Juist nu is rolvastheid voor een raad essentieel. Zelfs voor een oppositie.  Zeker nu moet een raad zich realiseren geen uitvoerend orgaan te zijn. En dat staat niet gelijk met niets meer doen. Kaderstellen? Zeker niet, nog los van de valsheid van dat begrip.  Het moment voor een breed politiek/maatschappelijk debat ligt ruim achter ons, dus ga niet als raad proberen die nu nog te voeren. Wat dan wel, want ik geef het u te doen om nu als raadslid te acteren. Mijn advies zou zijn op drie hoofdlijnen in te zetten. Het budgetrecht, de volksvertegenwoordiging en het democratisch gehalte.  En om colleges daarop te pinnen zal een heftige klus blijken te zijn. Lukt dat dan heb je het uitstekend gedaan als raad voor 1 januari a.s. en kun je nadien starten met richting geven. De punten zijn:

 

  1. Het budgetrecht/ het geld.

Gemeenten krijgen budget voor de uitvoering van de decentralisaties. Veel geld. Gemeentelijke begrotingen dijen in één keer uit. Ook zijn er al bestaande potjes die voor dit domein gebruikt kunnen worden. Zeker omdat de adder bij dit proces is dat er een bezuiniging aan ten grondslag ligt. Val dan terug op één van de wezenlijke taken van de raad,  namelijk zorgvuldig bewaken van het budgetrecht. Concreet: Hoeveel euro’s ontvangt de gemeente. Welke bestaande budgetten voegt het college toe aan de transities. Hoe is het totaal budget door het college opgebouwd. Wij willen als raad  ieder kwartaal inzicht in de budgetontwikkelingen met een verklaring van de gemeentelijke accountant. De eerste is op 1 mei 2015 beschikbaar. Wij willen dat in iedere rapportage het college aangeeft met de kennis van dat moment, op basis van de gewenste effecten waar zij risico’s zien toenemen en welke maatregelen zij nemen. Etc.

  1.   De raad in positie krijgen

Veel taken gaan op regionaal niveau worden uitgevoerd. Bestuurders hebben daar een forse stap in gezet. Er wordt inmiddels al gesproken over het ‘democratisch gat’. Want het  ontbreken van democratische legitimering is manifest. Gemeenteraden zijn in ieder geval aan de zijlijn geplaatst. Daar kun je nu wel heel somber over doen. Maar het moment om daar uitvoerig over te debatteren en anders in te richten is ook hier voorbij. Dus niet doen raad. Het gaat niet meer om het terughalen van bevoegdheden, maar om het afdwingen van nieuwe autonomie van de raad. Dus democratiseren, autonomie en budget zijn de items in dit veld. Het risico is namelijk dat de raad straks aan de hand van voorbeelden insteekt en de wethouder naar de regio stuurt. De kans op clientalisme is dan levensgroot, met het effect dat er zeker niets mee gebeurd. Wat dan wel? De wethouder sterk onder druk houden hoe hij handelt in de regio. Dus nu de rapportage momenten en manier waarop door de wethouder wordt gerapporteerd afspreken. Hem opdracht geven het democratisch gehalte te verhogen. Bijvoorbeeld hem op te dragen cliëntenraden en dergelijke te eisen bij uitvoering van diensten. Maar nog beter vormen af te dwingen waarbij mensen die zorg behoeven bij de beleidsvoorbereiding etc. betrokken zijn. En natuurlijk de wethouder sterk blijven bevragen over de geldstroom. Het budget wat  betaalt de gemeente en wat levert het op ( voor effect) , Nodig de wethouder op voorhand uit hoe hij dat ziet en gaat uitvoeren. Dus voor 1 januari is dat helder en is er geen En dan moet de raad wel alert en scherp zijn en zelf blijven nadenken over uitbreiding van de autonomie voor de raad.

  1. De concrete gevallen/ de volksvertegenwoordiging.

Vanaf 1 januari a.s. gaan er fouten komen. Het grote risico is dat raadsleden over elkaar heen vallen om vragen te stellen. En de pers zal dat nog eens aanwakkeren. Met het risico dat clientalisme op de loer ligt. Maar het uiteindelijk niet tot beter beleid en uitvoering leidt. Terwijl juist de casuïstiek gouden kansen biedt om de werkwijze in de greep te krijgen. Maar dan moet je het willen zien als een proces waar je van wilt leren. Dus college en organisatie(s) in de houding van leren krijgen is de kunst voor de raad. Als raad moet je op twee sporen duwen. A. waar is het raadsloket. Want het is belangrijk dat u als raadslid gelijk een toegang tot de organisatie heeft wanneer u met schrijnende situaties wordt geconfronteerd.  En ten tweede nu al een manier af spreken hoe met individuele en schrijnende gevallen wordt omgegaan. En te bepalen hoe de raad rapportages daarover gaat behandelen. Eisen die de raad stelt aan het college, kunnen zijn:

–          Een schrijnend geval lost u allereerst op.

–          Vervolgens rapporteert u regelmaat over het aantal incidenten

–          U maakt zichtbaar of het incident betrof en zo niet welke structurele oplossing/aanpassing  het vraagt.

–          U motiveert waarom u het ziet als een incident en waarom niet

–          En in het laatste geval welke vervolgmaatregelen het college neemt.

Als raad toets u dat. In feite gaat de raad met het college een proces in van leren op basis van de werkelijkheid. Elke maand één casus bespreken, leidt eerder tot een betrouwbaar beleid en uitvoering,  dan de wedstrijd spelen wie de meeste vragen over schrijnende gevallen kan stellen. Bovendien houdt de raad hiermee het college onder een gezonde druk. En stelt zichzelf in staat steeds beter richting te geven in het sociaal domein

Deze drie punten zouden de agenda voor dit najaar voor de gemeenteraden moeten zijn. Maar ik voorspel dat het er één van informatie en verordeningen en beleidsplannen wordt.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *