De kans voor een ‘rijke’ raad.

Het verschil tussen arm en rijk krijgt de laatste maanden veel aandacht. De rijken worden steeds rijker. Wereldwijd bijna 2500 miljardairs. Met name het boek van Piketty “Capital in the 21st Century” draagt bij aan die discussie. Het lijkt een globaliseringsvraagstuk.7-1 Dus wat moet je er mee als raadslid? Niets hoor ik in mijn omgeving. Die gedachte vind ik jammer. Want dit vraagstuk raakt een essentie van politiek en biedt je als raadslid een nieuwe kans betekenis aan het raadswerk te geven.

De kans is de duidingsdiscussie als instrument voor de gemeenteraad in te voeren . En één of twee keer per jaar een duidingsdiscussie te houden.  Want plaats dit vraagstuk bij de vele veranderingen die zich afspelen in ons leven zowel  lokaal als globaal. We noemen het dan  een transitie. Dan hebben we geleerd dat we in zo’n fase niet met daadkrachtige besluiten stappen zetten, maar met deliberatie en  discussie voortgang bereiken. We weten dat bij zo’n periode past, het welhaast wanhopig teruggrijpen naar het ‘oude’. Maar dat er ook bij past nieuwsgierigheid naar het ‘nieuwe’.  Een discussie vanuit dit dilemma is een kans voor raadsleden. En wanneer je bepleit dat in het ‘nieuwe’ de lokale gekozen- of gelote representatieve democratie weer een plaats in het hart van de lokale samenleving verdient, mag je deze kans als raadslid niet voorbij laten gaan.

Piketty staat niet op zichzelf. Bijvoorbeeld De Wetenschappelijke raad voor regeringsbeleid (WRR) heeft in 2014 verkenning 28 laten verschijnen met de titel “hoe ongelijk is Nederland? Etc.”. In ‘De Correspondent” schrijft Rutger Bregman met regelmaat over ‘ongelijkheid’. En zo is er meer literatuur te vinden. Het onderwerp is niet een voorbijgaand incident.

Het vraagstuk van rijk en arm is van alle eeuwen, zo zullen velen tegenwerpen. Maar er lijkt een nieuwe dimensie bij te zijn gekomen. Namelijk dat de rijken de wereld als woning kiezen. Jachten, vliegtuigen en vele huizen maken dat ze eigenlijk zonder vaste woon- en verblijfplaats zijn. Dat maakt dat ze ‘geen gezicht’ meer hebben voor een omgeving. Daardoor ook moeilijk  tot niet aanspreekbaar zijn op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Waarbij het geld niet door productie wordt vermeerderd, maar door het geldsysteem zelf. Voeg daarbij dat de arbeidersklasse is gemarginaliseerd en de middenklasse proletariseert. Die zelfde middenklasse die daarmee dagelijks bijna wanhopig bezig is de boot niet te missen. En zie hiermee ontstaat langzaam maar zeker een spannend mengsel. Een mengsel dat het ‘algemeen belang’ raakt.

Over dergelijke vraagstukken, die vaak de titel ‘abstract’ krijgen,  spreek je in de raad niet. Terwijl daar juist de kans ligt het algemeen belang te raken. In de gemeenteraad gaat het over voedselbanken, gratis vervoer voor ouderen, verstrekking scootmobielen, bomen kappen en als je niet oppast hondenpoep etc. Reactief op een voorstel van het college, of incident gericht. Nodig maar toch. Het lijkt er in de raad om te gaan de klant tevreden te stellen en zich te verzekeren van stemmen, zo hoor ik vaak. Waarom dan toch  over meer abstracte vragen spreken?

wanneer in dit geval  de spanning in een (lokale) samenleving toeneemt door bijvoorbeeld het verschil tussen rijk en arm, dan  vraagt dat om een plaats van gesprek, van discussie. Het belang van een herkenbare plaats voor gesprek neemt nog eens toe wanneer je bedenkt dat van de kenmerken van een geciviliseerde samenleving, ‘vergelding’ ‘vergeving’ en ‘verzoening’, de vergelding momenteel steeds dominanter is. Het effect is dat  lokaal de polarisatie onverkort toeneemt.

Dit vraagstuk van arm en rijk laat zich niet oplossen door daadkrachtig bestuur. Dat vraagstuk vraagt wijsheid en acceptatie van het bestuur. Dan is een discussieplaats in de gemeente in mijn ogen belangrijk. Een plaats waar oog voor ‘het algemeen belang’ is verankerd. En laten we eerlijk zijn, de raadzalen zijn niet (meer) die politiek filosofische gespreksplaatsen. In een stad als Amsterdam zie je ‘pakhuis Willem de Zwijger’ langzaam maar zeker zo’n rol als gespreksplaats gaan vervullen. En zo zijn er ongetwijfeld meer voorbeelden. Ook G1000  acties zijn daar voorbeelden van.  Volgens mij ligt hier een gouden kans voor gemeenteraden. Mits er de bereidheid is de duidings gesprekken of betekenisgesprekken(-discussie) aan de  instrumentenkoffer toe te voegen.

Niet een daadkrachtig debat gericht op besluiten. Bijvoorbeeld de armen met meer regelingen ‘rijk‘ maken of de rijken met vermogen  belasten en ‘arm’ maken. Maar wel  een politiek-filosofisch gesprek. Via duidings- of betekenisdiscussies. Zo’n gesprek en proces daaromheen vraagt andere werkvormen. Dat gaat uiteindelijk ook andere uitkomsten geven. In dit concrete geval bijvoorbeeld dat ‘rijken ‘ mogelijk niet alleen een gezicht in de samenleving krijgen, maar ook kunnen worden aangesproken op hun burgerschap.  Daarvoor zullen nieuwe vormen nodig zijn om hun burgerschap te verankeren, nieuwe vormen van mecanas

Eenvoudig? Volstrekt niet. Dit schud je als raadslid niet uit de mouw. Vanzelfsprekend? Neen, want het vraagt lef om zo’n discussie in gang te zetten ook nog eens zonder de uitkomst te kennen. Vernieuwend? Ja want het zal vragen af te wijken van bestaande (vorm) paden. Betekenis gevend? Ja want het proces van nieuwe betrokkenheid van inwoners, met nieuwe uitkomsten maakt dat de kans groter wordt dat op termijn de kwaliteit van de samenleving is vergroot. Belemmeringen? Te veel om op te noemen, al was het maar omdat het de centralisatie beweging vanuit het Rijk gaat raken.

Maar daarmee zeker niet minder uitdagend of minder noodzakelijk. Ik wens de lokale samenleving dergelijke politici met  het lef toe.  De raad zal dan niet meer slechts de debatmachine van het college zijn maar de centrale gespreksplaats voor zingevingsdiscussies in de gemeente.

Een gedachte over “De kans voor een ‘rijke’ raad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *