Burgemeesters en secretarissen duaal gefaald

Een griffier verzucht in een gesprek dat zij niet lang op vakantie kan, want dat ze niet weet wat de gemeentesecretaris bij haar afwezigheid afbreekt van haar werk. Een andere griffier meldt dat hij dit congres uit eigen zak betaalt want de raad heeft geen budget en toen hij in het kader van professionalisering zich meldde bij de gemeentesecretaris, kaatste die licht lachend terug, dat moet je de raad maar vragen. Zulke voorbeelden maken duidelijk dat de griffier niet echt in positie is en op waarde wordt geschat..7-1

Door de functionaris griffier niet op waarde te schatten kennen secretarissen en burgemeesters eigenlijk geen waarde toe aan de lokale democratie.

Natuurlijk deze twee voorvallen laten je glimlachen. ‘Domme griffier’ zal in veel gevallen de eerste reactie zijn. Laat dat in een aantal gevallen zo zijn. Maar plaats dit eens in een tijdsperspectief van 10 jaar dualisering dan  roept het toch ook het beeld op dat het in die gemeenten niets is geworden tussen burgemeester, secretaris en griffier.

Ernstiger wordt het wanneer je beseft dat de voorbeelden niet uniek zijn. Sinds de start van de griffierfunctie in 2002, zijn er doorlopend vergelijkbare voorbeelden te noemen. Mij persoonlijk doet het terug denken aan het moment in 2002 dat ik van gemeentesecretaris in Kampen benoemd werd als griffier in Almere. Natuurlijk de nodige felicitaties van collega secretarissen en van bestuurders. Met bijna altijd met de ondertoon ‘wat een bijzondere stap’ en ‘jij durft, dat wordt trekken aan een dood paard’. En een aantal zeer bijzondere reacties, zoals: “hoe durf je dat te doen, je diskwalificeert hiermee het vak van gemeentesecretaris.’ “Dat raadsdeel doe je er toch even bij, hoe kun je daar als gemeentesecretaris voor kiezen”tot en met “een schande voor de vereniging van gemeentesecretarissen deze benoeming. Ik zal zorgen dat het ere lidmaatschap je wordt ontnomen”. Ik deed het op dat moment af als emotie passend in die tijd. Pas later werd ik mij bewust dat die ondertoon meer in hielt en niet tot dat moment beperkt is gebleven.

Want het maakt nog iets anders zichtbaar. Dat veel  bestuurders en topambtenaren geen of nauwelijks waarde toekennen aan de lokale democratie. Het is namelijk heel bijzonder dat een nieuwe (ambtelijke) functionaris in de Gemeentewet wordt opgenomen en aan het gemeentelijk werk- en loongebouw wordt toegevoegd. Dat doet veronderstellen dat de ‘de dienaren van de lokale democratie’, de primair verantwoordelijken, er een eer in stellen de functionaris succesvol te laten zijn. Verder weet iedereen die een reorganisatie achter de rug heeft – en wie heeft dat niet  meer – dat ruimte en steun voor een goede positionering van de functie belangrijk is. De invoering van dualisering bij gemeenten en provincies is zo ’n reorganisatieschok. De goede positionering van de griffier naast -en ten opzichte van het bestuurlijk domein is essentieel voor het krijgen van een dynamisch lokaal politiek bestuur.  Deze voorbeelden, de nog steeds voortdurende discussie over de positie van de griffier, over de inschaling van de functie, maken duidelijk dat de positionering (nog) niet gelukt is. Daarmee maakt het (impliciet) ook veel duidelijk over de positie van de gemeenteraad. Doet de griffier er niet toe dan doet de raad er ook niet toe. ( en omgekeerd). In mijn ogen hebben veel burgemeesters en secretarissen hier gefaald en een kans gemist de lokale democratie te versterken. Dit is het meest tastbaar in twee opmerkingen die ik recent mocht horen van burgemeesters en van gemeentesecretarissen “de raad? Zo min mogelijk en zo kort mogelijk” of “de taak van de griffier, dat deed ik er vroeger in 5% van mijn tijd bij”.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *